Het was zaterdag. Voor wij begonnen met het opzeggen van de rozenkrans sprak de Maagd onverwacht tot mijn moeder, toen zij alleen in haar kamer was. Mijn moeder riep mij meteen en vroeg me om aan de mensen over te brengen het bericht dat de Maagd haar had medegedeeld:
Geliefde kleine kinderen, leg al uw problemen bij God neer. Ik zeg tegen iedereen: vertrouw alleen op God, in God mijn kinderen, en alles zal worden opgehelderd. Verlies geen geloof. Ik vraag u om groot geloof te hebben. Dat is voor nu genoeg. Ik zegen u: in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen. Amen. Amen!
In de volgende dagen werden wij veel aangevallen door de vijand die ons wilde vernietigen en misleiden door de Maagd na te bootsen alsof het haar was. Maar wij wisten dat het niet zij was. Hij deed al zijn moeite om mijn familie te vernielen, wildende ons demoraliseren zodat wij voor leugenaars zouden doorgaan zodat niemand zou geloven in de verschijningen van de Maagd.
Mijn moeder bracht vaak slaaploze nachten door omdat de duivel haar niet kon laten slapen. Dit droeg mij erg zwaar. Ik kon gemakkelijk uit zijn valstrikken ontsnappen, maar mijn moeder was heel vermoeid en ontmoedigd omdat hij haar geen enkele minuut met rust liet. De demon sprak voortdurend leugens, afschuwelijke, beledigende woorden tegen haar en spotte met haar door te zeggen dat hij haar zou vernielen, haar bedreigde. Het was een van de grootste aanvallen die wij ooit hebben meegemaakt. Ik weet niet of er nog meer zullen komen, maar het waren dagen van grote proeven.
Tijdens deze dagen der proef zag ik de Maagd niet en dit vermeerderde mijn pijn nog meer, omdat ik geen antwoorden had. Maar ik herinnerde me altijd haar woorden en het ja dat wij aan God hadden gegeven en dacht: laat alles geschieden volgens uw wil en niet de onze. Deze God en de Maagd hebben ons laten doorgaan om ons te leren en steeds beter te begrijpen ons geschenk en de genade die wij ontvangen hebben en meer en meer te streven naar het heil der zielen.
Ik wist dat alles wat er gebeurde was om Gods werk te laten volbrengen zoals Hij het wilde en ik boden alles aan God op en troostte mijn moeder door haar te zeggen om vertrouwen te hebben en ook alles aan Hem op te bieten. Ik herinner me dat mijn moeder bijna tot het punt kwam niets meer te willen zien of horen, maar ik moedigde haar aan niet op te geven en de duivel geen wapenstilstand te gunnen. Alleen God en de Maagd kunnen begrijpen wat wij hebben doorgemaakt. Ondanks al dit was zij ervan overtuigd dat Jezus en Onze Lieve Vrouw ons nooit hadden verlaten.
De duivel wilde ons ertoe brengen anders te denken en als hij ons op deze manier aanviel en met al zijn kracht optrad, was dit een teken dat dit werk van de Maagd, met haar verschijningen voor ons, hier in het Amazonegebied zullen leiden tot zijn nederlaag en zal grotere eer brengen aan God Onze Heer. Deze proeven duurden van 3 februari tot 17 februari 1996.