Mijn zoon, om zondaars te redden moet je leren om de terugslagen te accepteren zonder ooit moed te verliezen en de moed om naar de Heer toe te gaan. Wanneer je jezelf laat overweldigen en verstikken door beproevingen, dan zet je een stap terug. Dit is het sluwheid van de duivel die wil voorkomen dat je de weg naar volmaaktheid bewandelt. In deze tijd der beproeving roep op mij aan en ik zal degene zijn om jou veilig door de beproevingen des levens te leiden.
In deze wereld woont men in een voortdurende strijd. De mens strijdt tegen zichzelf, dat wil zeggen hij strijdt tegen zijn eigen instinkt en willekeur omdat hij nog carnaal is in plaats van geestelijk. Om de inspiraties en de goddelijke genade te volgen moet de mens alles bestrijden waarnaar hij wordt aangetrokken en wat zijn begerigheid bevredigt, leren om af te zien en zijn eigen wil op te offeren. Op deze manier zuivert de Heer hem en geeft hem de kracht om elke zwakte en zelfliefde te overwinnen, leert hem het geestelijke na te streven en wat hem laat groeien in heiligheid.
Veel zielen kunnen zich niet bevrijden van de wereld, van materie omdat ze vol zijn met ijdele bedoelingen en wereldse ideeën die hen naar verwoesting en zonde leiden, want de duivel heeft hen gevuld en vergiftigd met zijn gif. Het is nodig om te waken en te bidden om elk kwaad te overwinnen.
Strijd en win, terwijl je blik verbonden is aan de mijne, en zo zal je weten waarheen je moet lopen en wat je moet doen. Ik zegent u: in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen!
Ik sprak met de Maagd en stelde haar enkele vragen over mijn leven en missie. Ik vroeg haar om een beetje langer te blijven en ze antwoordde me. Ho aardig zij is. Zij vertelde mij:
Ik heb je gezegd dat ik jou aan de rechterhand van mijn Zoon Jezus zou plaatsen, en niemand zal je daar vandaan halen, want mijn Zoon heeft het me toegestaan en bevel gegeven, dat ik altijd over jezelf zullen waken en helpen in alles. Ik heb je toegestaan om mijn scepter in jouw handen te houden omdat ik, de Koningin van hemel en aarde, jou een grote missie heb toegewezen, een missie die aan jou is gegeven door het uitdrukkelijke bevel van Degene die Heer is van hemel en aarde, de Schepper van alle dingen, Diegene waarvoor elk kniel in hemel en op aarde en in de onderwereld. Vrees niets. Als ik je gezegd heb dat ik jou aan de rechterhand van mijn Zoon zou plaatsen, wie kan je dan vandaan halen als het de willekeur is van de Almachtige dat jij daar moet zijn?
De Heer wil dat jij een licht bent dat schijnt onder de jongeren. Kleine kinderen, jullie hebben een mooie en belangrijke missie om te vervullen. De Heer heeft jullie in deze laatste tijden aangesteld om degene te zijn die vandaag de jeugd leidt naar Zijn barmhartige Hart. Jullie droom uit het verleden was een voorspel van een toekomstig gezicht, van jullie missie. God keek met grote barmhartigheid naar jullie en koos jullie. Red de jeugd voor Hem door getuigenis te geven met ijver, met liefde, met toegewijdheid, met al jullie kracht Zijn barmhartige liefde aan allen. Laat jullie leven steeds helderder schijnen in heiligheid en genade zodat alle jongeren kunnen profiteren van jullie geestelijke groei.
Bid, bid, bid en dank de Heer die jullie heeft geroepen om degene te zijn die de jongeren van jullie tijd leidt naar de glorie van Zijn koninkrijk. Als jullie zich laten leiden door de Heer en toestaan dat Zijn genade in jullie werkt, zullen veel jongeren bekeerd worden en zullen ze via jullie getuigenis en jullie trouw aan Hem het pad vinden dat leidt naar de hemel. Jullie zullen voor jezelf en voor vele jongeren veel genaden bereiken. Wees nederig, nederig, nederig en God zal grote dingen doen in jullie leven. Hij wil jullie gebruiken en maken tot een groot teken voor alle jongeren die zichzelf vernietigen met het kwaad, zodat allen de barmhartigheid kunnen bereiken. Ik ben altijd bij jullie en door jullie gebeden zal ik jullie vullen met mijn moederlijke zegeningen, evenals mijn deugden, zodat jullie meer aantrekkelijk zult zijn voor de Almachtige. Wees in vrede, en breng deze vrede over aan al Mijne zwakste en meest hulpbehoevende kinderen. Ik zegent jullie: in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen!
(¹) Dit gebeurde toen ik op weg was naar Itapiranga, op 12.05.97, voor de processie op 13 mei. Ik zat in het bus van de Aruanã lijn, die deze reis maakt, en ik dacht dat we in die maand zouden vieren de dag van Onze Lieve Vrouw van Fatima en de dag van Onze Lieve Vrouw Hulp der Christenen. Het kwam me te hart om te zeggen: Wie weet of één dag zal Onze Lieve Vrouw mij niet laten haar scepter dragen? Ik dacht hierover toen de bus op het pad aankwam dat leidt naar de stad Silves. Op een bepaald punt van het pad stopte de bus en stapte een arme jonge vrouw in. Ze had haar kleine zoontje in haar linkerarm en in haar rechterhand hield ze een blauwe paraplu. Zij stapte zonder enige moeite, via de trap, in de bus. Veel moeders in het gebied hebben moeite om met kinderen op hun schoot deze hoge bussen te betreden, maar dit jonge meisje klom erop zoals geen ander, majestueus en met indrukwekkende zachtheid. Ze kwam zitten waar ik zat, naast mijn zitplaats. Ik dacht bij mijzelf: Misschien gaat deze jonge moeder naar de stad Silves! De bus arriveerde op het busterminal van Silves en velen staptten uit, maar de jonge vrouw niet. Ik dacht opnieuw: Misschien gaat ze naar Itapiranga! De bus vertrok weer en keerde terug over dezelfde weg, volgde hetzelfde pad als eerder. Bijna of ik kan zeggen op dezelfde plek stopte de bus en begon de jonge vrouw zich voor te bereiden om uit te stappen. Wat me het meest trof was dat niemand een haltesignaal gaf. De chauffeur stopte en wachtte totdat de jonge vrouw uitgestapt was. Voordat ze uitstapte, keek zij naar mij met een glimlach en zei: Hier, hou mijn paraplu in je handen en geef hem door het raam! Ik was verbaasd en vroeg me af: Waarom gaf ze haar paraplu aan mij? Kon ze ermee omhoog met haar kind en kon ze er zonder omlaag? Toen zij uit de bus stapte, vertrok deze onmiddellijk en ik werd bezorgd omdat haar paraplu bij mij was en ik hem niet overhandigen kon. Ik keek door het raam en dacht: Ik gooi de paraplu! En ik gooide hem op de weg. Ik bleef kijken uit het raam om te zien of ze de parasol had gezien liggen op de grond. De jonge vrouw kwam lopen naar waar de paraplu lag, zij pikte deze van de grond en stond daar op de weg terwijl zij naar mij keek totdat ik haar niet meer kon zien vanwege de afstand. Op dat moment kwam het me te hart: Het was Onze Lieve Vrouw met het Kind Jezus! Ze beantwoordde mijn verzoek en kwam om mij toe te laten haar scepter in mijn handen dragen zoals ik had gedacht en gevraagd! De scepter was de kleine blauwe paraplu.
Bij het verschijnen op 13 mei, in Itapiranga, vroeg ik aan de Maagden, om er zeker van te zijn, of zij die was geweest die met het kindje in de bus gestapt was en ze vertelde me:
Je hebt nog steeds twijfels, mijn zoon. Had je mij niet gevraagd of je mijn scepter mocht vasthouden? Nu zie, ik heb je verzoek ingewilligd en ben met mijn Zoon gekomen om het persoonlijk in je handen te leggen. Vertel aan je broeders dat wij vaak, Ik en mijn Zoon Jezus, hen bezoeken in hun huizen, wanneer we komen om een beetje voedsel en water of hulp te vragen, maar ze herkennen ons niet omdat hun hart gesloten is voor God en Zijn liefde. Wij bezoeken jullie soms allemaal om te zien hoeveel liefde en naastenliefde er in het ontvangen en helpen van hen die het meest nodig hebben, en velen verliezen de genaden des hemels omdat ze niet leren, niet helpen en hun hart niet open staan voor Gods genade.
Dit raakte me erg. Het was een van de keren dat Onze Lieve Vrouw aan mij verscheen als een arme, eenvoudige persoon, met andere mensen naast me die niets opmerkten van wat er gebeurde of gebeurd is. Een ander ding dat mijn aandacht trok, was dat de bus soms stilstond zonder ooit iemand te vragen om hem te laten stoppen. Onze Lieve Vrouw liet de chauffeur halteren waar zij wilde instappen en uitstappen, en hij gehoorzaamde. God zij geprezen met Zijn Zalige Moeder en Sint-Jozef voor al deze dingen!